De term ‘groen datacenter’ klinkt geruststellend, maar verhult een rommelige boekhouding van energie, water en ruimte. Het label wordt gretig geplakt zodra er garanties zijn voor hernieuwbare stroom. Wat ontbreekt, is een nuchtere balans: wanneer en waar die stroom beschikbaar is, welke infrastructuur wordt belast, en welke externe kosten doorsijpelen naar de omgeving. Zonder die context is ‘groen’ vooral een marketingkleur.
De schijn van duurzaamheid
Bedrijven presenteren indrukwekkende Power Purchase Agreements en CO2-neutraliteit op papier. De materialiteit van deze claims is zwak: offsets en certificaten verschuiven het probleem temporeel en geografisch. Het net moet leveren op het moment dat de servers pieken, niet wanneer de zon toevallig schijnt. Zolang flexibiliteit, opslag en lokale opwek niet aantoonbaar meeschalen, blijft de ‘duurzaamheid’ voornamelijk administratief.
Energiecijfers zonder context
Gemiddelde PUE-waarden worden naar voren geschoven als bewijs van efficiëntie. PUE is nuttig, maar beschrijft slechts intern huishoudboekje: hoeveel stroom verdwijnt er in koeling en verliezen. Het zwijgt over marginale netimpact, congestie en capaciteitsreserveringen die andere gebruikers verdringen. Een laag PUE-gebouw kan alsnog een hoog extern verbruik forceren in piekuren – precies wanneer het net het meest vervuilende aanbod activeert.
Water als blinde vlek
Watergebruik is de stille kostenpost. Verdampingskoeling spaart stroom, maar schuift de rekening naar waterstress, vaak in regio’s waar elke liter telt. “Non-potable” klinkt geruststellend, tot het lokale ecosysteem meetelt: temperatuurstijgingen, lozing, en cumulatieve effecten op periodes van droogte. Zonder robuuste monitoring en limieten is ‘efficiënt’ een eufemisme voor externaliseren.
Seizoensverschillen en netcongestie
Winterwind en zomerzon dempen niet automatisch de vraaggolven van compute. Seizoensprofielen van productie en koelbehoefte lopen niet gelijk. Het gevolg: structurele reservaties op stations en kabels, en duurdere oplossingen voor iedereen. Congestiemanagement wordt beleidstaal voor ‘anderen wachten’.
Wat beleidsmakers vergeten
Vergunningen focussen op energiebron en geluid, zelden op systeemeffecten. Nodig is een integrale drempel: reken verplicht CO2-intensiteit op uur-basis, waterbalans per seizoen, en netimpact in termen van verdringing. Koppel uitbreidingen aan lokaler opslagvermogen en warmtenet-afname die aantoonbaar fossiele bronnen verdringt, niet slechts een theoretische optie blijft.
Wie echt groen wil bouwen, accepteert grenzen: locatie waar hernieuwbare productie en opslag fysiek aansluiten; transparantie op uur-niveau; harde caps op water; en een bijdrage aan netversterking die evenredig is met de claim op capaciteit. Tot die lat de norm is, blijft het predicaat ‘groen’ een claim zonder inhoud, en betalen omwonenden, netgebruikers en ecosystemen de onzichtbare rekening.
















