Netcongestie is geen mysterie en zeker geen natuurwet. Het is het voorspelbare resultaat van jaren van onderinvestering, versnipperde besluitvorming en een politiek die de complexiteit van het elektriciteitsnet heeft onderschat. Terwijl warmtepompen, datacenters en batterijen worden bejubeld, stokt de fysieke infrastructuur die alles moet dragen. De implicatie is pijnlijk eenvoudig: zonder expliciete prioritering en ruimtelijke keuzes blijft de energietransitie steken in wachtrijen en uitzonderingen.
Wat is het echte probleem?
De kern is niet techniek, maar timing en schaal. Vraag groeit sneller dan capaciteit kan worden gepland, vergund en gebouwd. Netten worden ontworpen op betrouwbaarheid en redundantie; dat botst met een beleid dat vooral inzet op additionele vraag zonder tijdige netverzwaring. Projecten stranden op stikstof, archeologie, grondverwerving en jarenlange bezwaarprocedures. Die fricties zijn geen randzaken, maar de kritieke route. Zolang die route niet verkort wordt, zal elke kilowatt nieuwe vraag extra files op het net veroorzaken.
De mythen rond flexibiliteit
Flexibiliteit, batterijen en dynamische tarieven zijn nuttig, maar geen panacee. Ze schuiven pieken, ze elimineren ze niet. Industriële aansluitingen, snellaadclusters en warmtenetten vragen structurele capaciteit, geen tijdelijke trucjes. Wie inzet op “onzichtbare” software-oplossingen zonder beton, koper en transformatoren, verwart efficiëntie met voldoendeheid. Het gevolg is beleid dat verwachtingen wekt die het net fysiek niet kan waarmaken.
Wie remt de versnelling?
De rem zit verspreid: gemeenten die bestemmingsplannen niet herzien, provincies die corridors niet reserveren, aannemers zonder vakmensen, leveranciers met volle orderboeken, en een overheid die vergunningen stapelt in plaats van stroomlijnt. Elk van die schakels is rationeel op zichzelf, maar irrationeel in ketenperspectief. Zonder bundeling van bevoegdheden en standaardisatie van procedures blijft de doorlooptijd domineren, hoe veel budget er ook bijkomt.
Markt versus publieke regie
Marktprikkels kunnen alloceren, niet creëren. Capaciteit bouw je met zekere kasstromen, langjarige planning en politieke rugdekking. Dat vergt tariefregulering die investeringen versnelt, locatiedifferentiatie die schaarste prijst, en publieke regie die de volgorde bepaalt: eerst netcorridors en stations, dan grootschalige elektrificatie. Zonder die hiërarchie blijft “level playing field” een excuus voor uitstel en juridische symmetrie een rem op maatschappelijke urgentie.
Wie netcongestie wil terugdringen, moet kiezen wie voorrang krijgt en waar de kabels komen, en bereid zijn om die keuzes juridisch te beschermen. De energietransitie is geen designwedstrijd maar een logistieke operatie: planning winnen is tijd winnen. Pas wanneer we infrastructuur behandelen als strategisch, en niet als sluitpost, wordt duurzame groei weer een belofte die het net kan dragen.
















