Advertisement

De meetfixatie: waarom KPI’s uw bedrijf dommer maken

Data-gedreven klinkt professioneel, maar de huidige meetcultuur verarmt besluitvorming. Organisaties stapelen KPI’s, dashboards en scorecards op, in de veronderstelling dat meer cijfers meer grip geven. In werkelijkheid verschuift de aandacht van oorzaak en context naar proxies en cosmetische verbeteringen. Goodhart’s wet is geen theorie; het is dagelijkse praktijk: zodra een maatstaf een doel wordt, houdt hij op een goede maatstaf te zijn.

Het probleem met KPI-inflatie

KPI’s worden zelden expliciet gekoppeld aan de onderliggende aannames. Teams optimaliseren voor wat zichtbaar is: kliks, tickets, doorlooptijd. Die surrogatie vervangt het werkelijke doel — klantwaarde, duurzaamheid, betrouwbaarheid — door een gemakkelijke teller. Het gevolg is local optimization: het systeem lijkt efficiënter, maar frictie verschuift. Operationele “winsten” blijken vaak statistische artefacten: sampling-bias, seizoeninvloeden, of opgepoetste definities.

Kwaliteit past slecht in het dashboard

Het meest waardevolle is vaak semi-onmeetbaar: vertrouwen, begrip, ontwerpkwaliteit. NPS en CES beloven eenvoud, maar reduceren ervaringen tot signaalarme gemiddelden. In engineering geldt hetzelfde: lijnen code en velocity zijn ruisachtige proxies voor robuustheid en onderhoudbaarheid. Door te sturen op simpele cijfers degradeert men complexe prestaties tot optische controle.

Perverse prikkels

Bonussen aan targets koppelen maakt cijfers manipulabel. Van vanity metrics tot “micro-scoping” voor voorspelbaarheid: het systeem leert het spel. Roadmaps verschralen richting laaghangend fruit; risicobeheersing wordt theater. Het morele risico: wie afrekent op getallen, krijgt knappe spreadsheets en zwakke uitkomsten.

Alternatieven die werken

Gebruik een slank, expliciet meetkader: weinig, goed gedefinieerde metrics, elk met hypothese, datakwaliteitschecks en een bijbehorende beslissingsregel. Combineer leading en lagging indicators en verplicht triangulatie: kwantitatief signaal moet een kwalitatieve tegenhanger hebben (interviews, code reviews, call shadowing). Rapporteer trends met onzekerheidsbanden in plaats van puntwaarden, en vermeld kosten van meten zelf.

Governance en transparantie

Introduceer een metrical lifecycle: definieer, toets, gebruik, herzie, retire. Publiceer een data dictionary en audit trails voor definities en wijzigingsredenen. Voer “threshold reviews” in: targets mogen alleen blijven bestaan als hun causale link naar het einddoel periodiek wordt herbevestigd. Sunset KPI’s die geen beslissingen meer sturen.

Meten is kiezen. Kies schaars, kies betekenisvol, en maak beslissingen falsifieerbaar. Organisaties winnen niet door de meeste cijfers, maar door de kleinste verzameling maatstaven die daadwerkelijk gedrag en uitkomsten verbetert. De rest is ruis met een grafiek.