Advertisement

Wanneer data de baas wordt: de blinde vlekken van ‘data‑gedreven’ besluitvorming

“Data‑gedreven” klinkt verstandig, maar te vaak is het een esthetiek van controle die nuance maskeert. Organisaties optimaliseren wat meetbaar is en rationaliseren vervolgens de uitkomst als “objectief”. De realiteit: data zijn selecties, geen spiegel. Elke dataset draagt aannames over definities, meetmomenten en uitsluitingen. Wie dat negeert, verruilt oordeelsvorming voor rekenwerk en verwart precisie met waarheid.

Wat data laat zien — en wat het verbergt

Metingen zijn reducties. Een NPS‑score vangt geen context van verwachtingen, culturele verschillen of servicecomplexiteit. Conversieratio’s vertellen niets over de kwaliteit van de klantrelatie. Door deze reducties tot stuurvariabelen te verheffen, ontstaat beleid dat de nuance actief uit het zicht drukt. Het gevolg: we optimaliseren voor gemiddelden en straffen uitzonderingen af, precies waar innovatie en menselijkheid schuilgaan.

Proxy‑metrics en schijnzekerheid

Veel “key” metrics zijn proxies: ze benaderen waarde, maar belichamen haar niet. Wanneer de proxy doel wordt, verschuift gedrag. Teams jagen dashboards in plaats van uitkomsten. De schijnzekerheid van een stijgende lijn dempt kritische vragen: klopt de operationalisering, wie ontbreekt in de data, welk tijdelijk effect camoufleert de grafiek? Zonder die vragen is een KPI geen kompas maar een tunnel.

De politieke laag van dashboards

Data klinkt neutraal, besluitvorming is dat nooit. Keuzes over definities, drempelwaarden en visualisatie zijn machtsdomeinen. Een heatmap kan urgentie en budgetten herverdelen, een andere schaal kan een probleem laten verdampen. Wie de parameters zet, regisseert het verhaal. Transparantie over aannames en alternatieve lezingen is zeldzaam, juist omdat dashboards als autoriteit functioneren in vergaderingen waar tijd en aandacht schaars zijn.

Wat te meten is, gaat regeren

Goodhart’s law blijft relevant: zodra een maatstaf een doel wordt, houdt het op een goede maatstaf te zijn. Meet je snelheid, dan verlies je vaak kwaliteit; meet je bezetting, dan krijg je burn‑out; meet je output, dan hollen vakmanschap en zorgvuldigheid uit. Dit is geen pleidooi tegen meten, maar tegen het uitbesteden van oordeelsvermogen aan cijfers.

Data‑geïnformeerd, context‑geleid

Betere besluitvorming begint bij expliciete aannames, scenario’s en tegenspraak. Gebruik data om hypotheses te toetsen, niet om discussie te beëindigen. Combineer kwantitatief met kwalitatief: logboeken, klantgesprekken, observaties. Maak ruimte voor lagging indicators zoals retentie of vertrouwensscores, en bescherm “niet‑geoptimaliseerde” domeinen zoals leervermogen en ethische randvoorwaarden.

De volwassen houding is niet bewondering voor de grafiek, maar discipline in interpretatie. Door onzekerheid te erkennen en aannames publiek te maken, wordt data een gesprekspartner in plaats van een bevel. Zo verschuift de vraag van “wat zegt het dashboard?” naar “wat is waar genoeg om nu verantwoord te handelen?” — precies het soort scherpte dat organisaties vooruithelpt zonder hun kompas te verliezen.